zaterdag 13 juni 2026

Mei - Herman Gorter (1889)


Het was een stormachtige dag met best wel wat zon, dus ik besloot mijn dagelijkse wandeling te maken waar ik de minste prikkels en de meeste rust voorspelde: het bospad achter de duinen op vijf minuutjes fietsen van mijn huis. Tegen een paaltje net buiten het voetgangersgebied zette ik mijn fiets op slot en ik liep over het zandpad tussen het hoge duin en een weide vol hoog gras waar soms paarden staan. Zoals wel vaker op bekende plekken waar ik af en toe kom maar niet regelmatig, schoten mijn gedachten terug naar de laatste keer dat ik hier was: tijdens het lezen van Mei.

Sommige mensen zijn beelddenkers en of dat nou wetenschappelijk ondersteund wordt of niet, ik zou mezelf zo niet noemen. Een argument hiervoor is dat het me altijd meer tijd en moeite kost als er in een boek een beschrijving wordt gemaakt van een huis, omgeving of personage. Als die beschrijving ontbreekt, vul ik nooit zelf wat in en verwerk ik het verhaal alleen in concepten. Maar als ik dus wel een beetje mijn best doe en voor mezelf besluit: zee, strand, duin: dit is gewoon mijn woonplaats Noordwijk! dan kan het verhaal echt gaan leven. 

Zo zag ik met een beetje eigen wil in deel I van het gedicht 'Mei' van Herman Gorter het meisje Mei op het strand liggen ten zuiden van de strandtent Bries. Het harde zand gaat daar langzaam over in zacht zand, gaat langzaam over in duin. En door die duinen liep Mei landinwaarts. De "effen duinvijver" die ze tegenkwam, stelde ik me voor zoals ik de watertjes in de Katwijkse duinen kende. En de wilg, die staat "Waar het beekwater viel en de monding gaf / Tussen twee weien, die het beide streelt", is in het echt een groepje hoge struiken tegenover het paaltje waartegen ik vandaag mijn fiets stalde. 

Het lezen van het lange gedicht, nu twee weken geleden (het was nog net mei) heeft me door die visuele omschrijvingen best wat moeite gekost; tijdens de eerste tien bladzijden vond ik het niks. Daarna wist ik de stijl wel echt te accepteren en kon ik er iets mee: wat ik las was als een droom of als een film met een lichte waas (zoals een droom wel eens wordt uitgebeeld in films). De informatiedichte regels waren uiteindelijk toch allemaal korte dichtregels die het lezen wat meer vaart gaven dan de lang doorlopende regels van een roman.

Op den duur zeggen mijn herinneringen van het verhaal vaak toch meer over mijn perceptie van een boek dan hoe ik het verhaal ervoer tijdens het lezen. Die herinneringen wist ik nu, lopend over het zandpad, terug te halen doordat ik tijdens het lezen de tijd had genomen het verhaal beeldend te maken. Initieel heeft Herman Gorter die beelden natuurlijk aangeboden, maar ikzelf heb de tekst weer actief omgezet in beelden in mijn gedachten. 

Het gebeurt zelden dat ik door iets in het echt te zien, terugdenk aan mijn eigen voorstelling van een romanomgeving - zo zwak zijn vaak die voorstellingen - maar met Mei gebeurde dat dus ineens wel. Heeft Herman Gorter met zijn rijke, gedetailleerde omschrijvingen mij een deur geopend naar een nieuwe manier van lezen? Een manier die inhoudt: meer mijn best doen voor de verbeelding, bewust keuzes maken in welke voor mij bekende omgeving ik een verhaal plaats laat vinden, de indeling van een huis op papier uittekenen. Of misschien gewoon: een boek herlezen waar ik inmiddels gedachtenbeelden bij heb! Volgend jaar is het weer mei...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten