Posts tonen met het label kindertaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kindertaal. Alle posts tonen

dinsdag 6 september 2016

Spelling als medicijn tegen taalverandering?

Bedankjes voor de deelnemende kinderen
In veel gebieden van het Nederlands gaat de z steeds meer als de s klinken en de v als de f. “Ik heb de son sien sakken in de see”, is een stereotype uiting van een Amsterdammer. Het verschil tussen de s en z en tussen de f en de v is wel eens groter geweest. In het zuiden van het land is dat verschil nog het meest aanwezig. Daar vind je ook nog een onderscheid tussen de (geschreven) ch en g. In Zuid-Holland, waar ik woon, is er zo goed als geen verschil meer tussen die klanken. Maar je schrijft ze dus nog wel anders! Over deze klankverandering wilde ik meer te weten komen. Sterker nog: hier wilde ik het scriptieonderzoek voor mijn master Taalwetenschappen over gaan doen.

Ik ging op onderzoek uit om te weten te komen hoe Zuid-Hollandse kinderen deze wrijfklanken precies aanleren. Hierbij wilde ik antwoord op de volgende vragen. Maken de kinderen überhaupt wel een onderscheid tussen de korte variant (v, z, g) en de lange variant (f, s, ch)? Zo ja, op welke leeftijden doen ze dat? En speelt de klankomgeving eigenlijk nog een rol?

vrijdag 24 juni 2016

Een meisje met een eig ijsje

Na liters regen liep ik gistermiddag in de plotselinge zon door de Haarlemmerstraat. Ik was natuurlijk niet de enige. Er liep een meisje van een jaar of zes met haar vader mee. De twee liepen langs een ijskraam en het meisje moest gelijk denken aan iets wat ze pas had meegemaakt. Enthousiast vertelde ze erover. Ik ving een flard op:
"Daar mocht je zelf je ijsje maken! Een eig ijsje!"
Een eig ijsje! Bij mij gingen de alarmbellen rinkelen. Wat leuk dat een taallerend kind dat zegt! Ze bedoelde natuurlijk 'een eigen ijsje'. Nooit bij stilgestaan dat het woord 'eigen' heel erg lijkt op een gewoon bijvoeglijk naamwoord als 'hoge' of 'lekkere'. Want zeg nou zelf, spreek je die slot-n van 'eigen' uit? Nee, toch? En normaal gesproken krijgt het bijvoeglijk naamwoord geen ə-uitgang, als het zelfstandig naamwoord onzijdig is, en het voorkomt in een onbepaalde context, dus bijvoorbeeld met 'een' ervoor (Wat een lekker ijsje!) of zonder iets ervoor (Lekker ijsje!).