Posts tonen met het label woordgeslacht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label woordgeslacht. Alle posts tonen

vrijdag 24 juni 2016

Een meisje met een eig ijsje

Na liters regen liep ik gistermiddag in de plotselinge zon door de Haarlemmerstraat. Ik was natuurlijk niet de enige. Er liep een meisje van een jaar of zes met haar vader mee. De twee liepen langs een ijskraam en het meisje moest gelijk denken aan iets wat ze pas had meegemaakt. Enthousiast vertelde ze erover. Ik ving een flard op:
"Daar mocht je zelf je ijsje maken! Een eig ijsje!"
Een eig ijsje! Bij mij gingen de alarmbellen rinkelen. Wat leuk dat een taallerend kind dat zegt! Ze bedoelde natuurlijk 'een eigen ijsje'. Nooit bij stilgestaan dat het woord 'eigen' heel erg lijkt op een gewoon bijvoeglijk naamwoord als 'hoge' of 'lekkere'. Want zeg nou zelf, spreek je die slot-n van 'eigen' uit? Nee, toch? En normaal gesproken krijgt het bijvoeglijk naamwoord geen ə-uitgang, als het zelfstandig naamwoord onzijdig is, en het voorkomt in een onbepaalde context, dus bijvoorbeeld met 'een' ervoor (Wat een lekker ijsje!) of zonder iets ervoor (Lekker ijsje!).

zondag 1 mei 2016

Een oplossing voor het-verlies

Weet je, ik ben bang om het kwijt te raken. Om hét kwijt te raken, dat lidwoord. Ik maak lidwoordfouten waar het helemaal niet hoeft. Soms twijfel ik over de simpelste woorden: zeg ik de of het been? Als jonge-maar-belegen-kaaskop! Help! Hoe komt dit? Wat kunnen we eraan doen?

Eerst even een kort overzicht van de Nederlandse woordgeslachten. Waar vroeger drie geslachten waren, mannelijk, vrouwelijk en onzijdig, zijn er nu nog maar twee: mannelijk/vrouwelijk en onzijdig. Het eerste geslacht gaat met ‘de’ en het tweede met ‘het’. Ook is er een verschil met aanwijzende voornaamwoorden (die, deze, dat, dit) en bijvoeglijke naamwoorden. Vergelijk ‘een groot huis’ met ‘een grote wasmachine’, maar dit verschil steekt pas de kop op na het onbepaalde lidwoord ‘een’. In veel andere situaties zien we niet eens een verschil tussen de geslachten, bijvoorbeeld als er alleen ‘een’ voor het zelfstandig naamwoord staat of als het woord in het meervoud staat. Het is dus helemaal niet gek dat de twee woordgeslachten soms door elkaar gehaald worden.