De Lenteschool was klaar. Hij wist dondersgoed dat we elkaar nooit meer zouden zien. Waarom zei hij dan toch "tot ziens"? Ik zie twee mogelijkheden.1. De persoon die me nooit meer ging zien zei "tot ziens" omdat hij dat beleefd vond. De uiting dient zo niet alleen als redelijk betekenisloze afscheidsgroet, als je laatste brokje taal dat laat weten dat dit het eind is en dat je weggaat, maar ook als een al-dan-niet-gemeende wens om elkaar weer te zien. Dat laatste is beleefd, want je wilt iemand anders natuurlijk alleen nog een keer zien als je diegene mag. En iemand mogen (of doen alsof je iemand mag) is beleefd. Zou kunnen, maar zou dit allemaal in het hoofd van de groeter omgaan bij het verlaten van het lokaal, de ongeduldige middagzon tegemoet?